Clubinfo keepersmateriaal



Keepersuitrusting

De keeperuitrusting wordt per team door de MHC Weesp aan het begin van het seizoen aan de keeper of coach ter beschikking gesteld en blijft eigendom van de club. Per leeftijdscategorie en spelniveau wordt een set materiaal samengesteld. De coach of de vaste keeper is verantwoordelijk en aansprakelijk voor de zorg van de uitrusting.

Een keepersuitrusting bestaat uit:
  1. Een helm die rondom het hoofd bescherming biedt .In een jeugdteam wordt er vaak van keeper gewisseld. De helm past de ene keeper wel, de andere niet. In tegenstelling tot wat men verwacht kan de helm in grootte aangepast worden. Aan de zij- en bovenkant zitten een 4-tal schroeven waardoor deze verstelling mogelijk is. Meestal is een 1, 2 of 5 Eurocent-muntstuk geschikt om als "schroevendraaier” te gebruiken. Zorg ervoor dat de schroeven regelmatig aangedraaid worden, zodat men niet tijdens een wedstrijd merkt dat er een schroef mist. Dit komt altijd ongelegen. Een methode om de schroeven te fixeren (als ze niet regelmatig los hoeven) is er een druppeltje Velpon (of een andere zwakke lijm) tussen laten lopen. Géén 3-secondenlijm gebruiken svp. Blijkt de helm in de kleinste stand nog te groot te zijn, dan kan er dmv een bandana, of een zakdoek op de kruin van het hoofd, de helm passend gemaakt worden. De helm past als hij niet voor de ogen kan zakken. De helm "klemt” dan op de kruin én de kin.
  2. Een body-protector: Is simpel instelbaar dmv de banden op de rug. Mocht de bodyprotector dan nog niet passen mag er tijdelijk een knoop in de band gelegd worden, maar haal deze na de wedstrijd er gelijk weer uit om de levensduur van deze banden te verlengen. Zorg ervoor dat de bodyprotector tegen de hals aansluit, daar waar een t-shirt normaal gesproken ook sluit. De bodyprotector moet over of boven de rand van de broek komen.
  3. Een keepersbroek: Alleen bij de jongsten kan het zijn dat er geen broek in de tas zit, omdat deze keepertjes nog niet veel over de grond keepen. Tav het gebruik in het veld, check regelmatig of de beschermende platen op hun plaats zitten. Met een ceintuur en de vetersluiting dient de broek op zijn plaats te blijven zitten. De broek is vaak de grootste oorzaak van die beruchte keeperslucht die in de tas overheerst. In de broek blijft door het aanwezige, dempende schuimrubber een groot gedeelte van het zweet hangen. Door de broek af en toe in de wasmachine mee te wassen kan dit beperkt worden. Daarna te drogen hangen in een droge, warme ruimte, bv. een verwarmde schuur of garage. Gebruik van liters Fébrèze of deodorant helpt slechts tijdelijk, ca. 1/4 wedstrijd.
  4. Een paar legguards (beenbeschermers): Het bevestigen van de legguards mag voor zich spreken, ze worden door middel van riempjes achter op de kuit vastgemaakt. Zorg er wel voor dat ze niet te strak zitten, maar wel dusdanig vast dat ze niet gaan draaien. Er is hier ook sprake van een rechter- en linkeruitvoering. Merk met een stift welk deel L of R is. Om te voorkomen dat de ballen tegen de binnenkant van het been geslagen worden zit daar een "bescherm-flap” naar binnen gebogen.
  5. Kickers(klompen):één van de meest aan slijtage onderhevige delen zijn de klompen. Is het niet dat de riempjes snel slijten, dan wel de onderzijde van de klomp. Bij het aantrekken van de klomp dienen de riempjes voorop 'slippend' los te zitten, nadat de voet erin zit en de achterste hielriem vastzit kan deze weer aangetrokken en vastgezet worden. Let op dat de klomp niet te 'hoog' boven de grond komt te zitten, zodat de bal eronder kan schieten en de voet alsnog geblesseerd kan raken. Ook hier dienen de riempjes zodanig aangetrokken te worden, dat de klomp niet van de voet afschiet, maar ook de voet niet afklemt of in het foam snijdt. Indien de riempjes door slijtage hun einde naderen, laat dit ons weten, zodat wij voor een nieuw setje riempjes kunnen zorgen. Bewaar de klomp in gesloten toestand(riempje aangetrokken) in de tas, om te voorkomen dat de riempjes kwijtraken en te zorgen dat de klop in vorm blijft.
    Let op dat de riempjes niet gedraaid onder de zool zit, want dan slijt het nog sneller.
  6. Een set handschoenen: Dit lijkt voor zich te spreken, de linkerhandschoen is de stophandschoen, de rechterhandschoen is de stickhandschoen. Zeker bij de kleinsten worden de handschoenen nogal eens terzijde gelegd, omdat je met de linkerhandschoen de stick niet kan vasthouden. Dat klopt! De stick wordt alleen in de rechterhand vastgehouden! Met de linkerhandschoen kan men dus hoge(re) ballen keren. Men mag de bal alleen tegenhouden, niét wegslaan. Dit kan ten koste gaan van een strafbal. Ook als de keeper op de grond ligt, mag deze niet naar de bal ‘vegen’ met de linkerhand, wel mét de stick.
  7. Een tas
Een tok en/of elleboogbeschermers worden niet door de club geleverd. Deze behoren tot persoonlijke aanschaf. Ook een keepersshirt dien je zelf, of met je hele team, aan te schaffen.

De waarde van de uitrusting
Tot slot: een keepersset vertegenwoordigt een waarde van € 400 tot  € 1.950, afhankelijk van leeftijdscategorie en spelniveau. Eenvoudig voor te stellen dat het op orde houden van dit materiaal jaarlijks een aanzienlijke investering met zich mee brengt. Laten we met elkaar dit kapitaal met zorg beheren. Zodra iets stuk dreigt te gaan of is gegaan kan het meestal nog wel gerepareerd worden. Neem hiervoor zo snel mogelijk contact op met de materiaalcommissaris.
Aan het einde van het seizoen wordt een inventarisatie gehouden onder de teams en aan de hand hiervan de inkoop afgestemd voor het nieuwe seizoen. Het is belangrijk dat per team de wensen aangaande het keepersmateriaal aangegeven wordt, zodat hiermee zo goed mogelijk rekening gehouden kan worden.

In ons clubhuis zijn een speciale ruimten waar de keepersmaterialen veilig(in lockers) opgeborgen kunnen worden. Buiten deze voorziening is het niet toegestaan om materialen op de vereniging achter te laten.

Praktische tips:
De keeper is verplicht om een shirt te dragen met een kleur die afwijkend is van zowel het Weesper tenue als van het shirt van de tegenstanders.

Iedereen is het er over eens dat een goede keeper belangrijk is voor het team. Voor de wedstrijden (en trainingen) zie je echter vaak een kluitje spelers voor het doel die proberen zo hard mogelijk te scoren. Daartussen staat dan vaak een keeper die mag proberen die ballen tegen te houden. En dan nog het liefst alle ballen tegelijk.

In de praktijk blijkt dit zelden een goede start voor een training, een wedstrijd, of een lange carrière als keeper.
  • Een slecht ingespeelde keeper is koud en kan minder makkelijk bewegen en heeft vaak angst voor de bal.
  • Een goed ingespeelde keeper is lekker warm, kan goed bewegen en heeft geen angst voor de ballen die in de wedstrijd of training op hem afkomen.
Hierbij wat tips om te zorgen dat de keeper beter aan de wedstrijd of training kan beginnen.
  • Zorg ervoor dat het team op tijd op het veld staat. Ben je te laat dan gaat dit altijd ten koste van de keeper. Hij moet zich tenslotte nog aankleden.
  • Zorg dat 1 van de spelers van het team de keeper in zijn goal inspeelt. Naast het warm worden is ook het wennen aan de breedte van het doel belangrijk.
  • Geef de speler een paar ballen en maak hem duidelijk dat het belangrijkste is dat de keeper warm wordt en dat alleen kan als hij voldoende ballen op de keeper speelt. Begin vanaf drie meter rustig over de grond op de keeper te pushen. En pak langzaam wat meer de hoeken en de hoogte.
  • Let op: hard slaan heeft in het begin van het inspelen GEEN ENKELE ZIN. De keeper geeft zelf wel aan als hij warmer wordt en het wat harder kan. Maar de keeper bepaald dat.
Het onderhoud: de tas met spullen mag je niet onbeheerd achterlaten op Weesp Dit om te voorkomen dat keepers in eigen beheer spullen gaan ruilen, zonder dat je zelf hiervan afweet!
Check de spullen regelmatig op slijtage! Laat spullen niet nat in een tas liggen tot de volgende wedstrijd. Daar gaat de kwaliteit heel snel mee achteruit en de geur wordt er ook niet beter van! Af en toe de legguards en klompen met water en een lekker geurende zeep (shampoo) afspoelen voorkomt ook stank. Controleer je helmschroefjes en draai ze aan. Leg je spullen niet op een hete kachel om ze droog te koken.
 
Verzorg de spullen alsof ze van je zelf zijn. In een tas zit al snel voor tussen  € 400,=  en 1950 aan materialen!

Zijn er nog vragen of gaat er iets kapot gaat in de loop van het seizoen neem dan zo snel mogelijk contact op met de materiaalcommissaris Marlies Puijk  [email protected] 


 
 
De regels voor een hockeykeeper (Wat mag wel en wat mag niet)
 
Geregeld zien we bij jeugdteams, waar men niet over een vaste keeper beschikt, dat de speler/speelster die aan de beurt is om het doel te verdedigen niet precies weet welke rechten de keeper heeft binnen de cirkel. Daarom onderstaand een aantal ‘regeltjes’ en wat uitleg over de keeper en zijn privileges.
 
Binnen de cirkel:
·          
Met de voeten (de klompen) mag de keeper de bal wegtrappen, dit heeft de voorkeur!
·          Een keeper mag de bal met het hele lichaam stoppen en raken.
·          De keeper mag met de stick en de handschoen de bal stoppen of van richting doen veranderen. Ook boven schouderhoogte! (een gewone speler zou sticks maken). Let op: als de keeper een slaande beweging maakt naar de bal (zowel met stick als hand) krijgt men een strafcorner, of zelfs een strafbal als er een doelpunt mee voorkomen wordt, tegen.
 
Komt de bal vanaf de keeper hoog terug de cirkel in en levert dit gevaar op voor andere spelers, dan kan men een strafcorner tegen krijgen. Of het gevaarlijk is interpreteert enkel en alleen de scheidsrechter.
 
Buiten de cirkel:
  • De keeper mag de bal alleen met de stick spelen; liggend, rechtopstaand of knielend, maakt geen verschil.
  • Raaktt de keeper de bal buiten cirkel met voet, hand of lichaam dan krijgt men een strafcorner tegen. 
  • Speelt de tegenstander de bal hoog op de keeper terwijl deze buiten de cirkel staat, krijgt men een vrije slag mee. De tegenstander heeft de bal dan ‘gevaarlijk hoog’ gespeeld.
We zien maar al te vaak dat de keeper de stick in 2 handen probeert te houden en gaat hockeyen met de bal in plaats van deze weg te schoppen. Om dit te voorkomen houdt de keeper de stick slechts in 1 hand vast, de rechter, zodat de andere hand beschikbaar is om eventuele hoge ballen te stoppen of te keren.
Ander voordeel is dat de keeper daardoor de bal wel móet wegtrappen en tevens sta je daardoor sneller op de voorvoet (de bal van de ondervoet) waardoor je niet pardoes achterover in het doel omvalt. Op je rug keepen is niet makkelijk……!
 
Om te voorkomen dat de bal in de bodyprotector raakt (ook zo’n overtreding waar je een strafcorner of strafbal voor tegen krijgt), dient de protector ónder het shirt of jack gedragen te worden. Tevens kan de keeper dan niet ergens achter blijven haken met de protector.
 
 
De keeper dient te allen tijde de helm op te houden! Dit is door de KNHB verplicht.